De muziek van Myopia is moeilijk onder één noemer te vatten. Het is absoluut rock, maar dan van het iets zachtere soort, met zeker een hoop pop-invloeden. Hun huidige set loopt van stevige rock over bijna zeemzoete ballades en beklijvende gitaarriffs tot zenuwachtige pianomelodieën en meer van dat leuks. En toch zit er een zekere lijn in. Er zit iets herkenbaars in. Het swingt, het rockt, het is energiek en toch subtiel, het heeft gevoel, is steeds leuke om horen, en het werkt gewoon. En dat is wat het geheel zo goed maakt. Het werkt.
Het eerste nummer op hun demo is Smile and pretend. Heel sterk als opener, in die zin dat het de "typische" sound van Myopia laat horen. Een schitterende balans tussen de verschillende instrumenten en de zang. Rustig in de strofes, met een iets steviger refrein, geleid door de piano, de zang en een, naar mijn gevoel, heel leuk drumritme. Tot het in het tweede deel volledig losbarst. Ineens komen de gitaren naar de voorgrond. Geen licht melodietje meer, maar een machtig samenspel van heel de groep. Dat belooft voor wat nog volgt.
Wat volgt is Nation's Pride, voor mij het sterkste nummer op de demo. En dat zegt niet zoveel over de andere nummers, maar wel over Nation's Pride zelf. Een heel gevoelige stem, drijvend op een zweverige lead guitar, een gevoel dat nog versterkt wordt door de vibrafoon-klanken (?!) die de piano komen vervangen. En net als je denkt: "Dit is een mooi muziekje om bij weg te dromen", word je met een paar loeiende gitaren om je oren geslagen. Prachtig. Sterk. En met een fenomenale tekst. Schitterend is echter vooral de manier waarop ze het nummer echt neerleggen, met een heel sterk slot en een fenomenale laatste zin (luister er maar eens naar).
Nation's Pride wordt gevolgd door Insanity, (waarschuwing: blijft nog meer in het hoofd zitten dan de rest). Eén van de beklijvendste piano-thema's van het laatste decennium, in perfecte harmonie met de gitaar, prachtig ondersteund door de andere instrumenten en de zang (met een heel sterke tekst). Nog zo'n visueel nummer dat roept om een videoclip. Zenuwachtig camerawerk, verwarrende montage met plotse veranderingen van camerastandpunt en sprongen van een paar seconden, onscherpe en vage close-ups over het centrale beeld. De sfeer van het nummer roept die beelden automatisch op. (Nu ik er over nadenk, geldt dat laatste ook voor Nation's Pride. Iets in de stijl van Band of Brothers, met een rustig begin met wat familieplaatjes, eindigend in een orgie van ontploffingen en verwarring.)
Een heel ander nummer is het vierde: Lost in a one-way street. Iets rustiger en traditioneler. Toegankelijker ook dan Insanity. Maar heel sterk en vol overgave gespeeld en gezongen. Met veel gevoel ook. Het refrein blijft hangen en zit, zeker live, vol energie. En dan schrikken ze ervan dat ik voluit meezing na het één keer gehoord te hebben.
Denk na 4 nummers niet dat je het nu wel allemaal gehoord hebt. Er is immers ook nog Shout of fear, het hardste en zuiverste rock-nummer op de demo. Zoals steeds een heel sterke tekst, maar dit keer zonder piano, met wat minder subtiliteit en gevoeligheid. Maar wel met een massa energie en overtuiging. Ideaal als afsluiter, om nog één keer alles te geven, en je te laten verlangen naar meer... dat er jammer genoeg niet komt (slotnummers durven dat wel eens hebben).
Slotconclusie: een prachtige demo, die nog wel even bovenaan mijn persoonlijke luisterlijst zal staan. Eigenlijk kan ik enkel herhalen wat ik na hun optreden in het Porter's House ook gezegd heb: "We want more!"